Voorlezen aan peuters

Onze Twentenannies lezen natuurlijk veel voor aan kinderen. Zij hebben hier dan ook veel ervaring mee. Een aantal tips voor het voorlezen aan peuters.

Praat altijd met je kind over de voorkant van het boek en bedenk samen waar het verhaal over zal gaan. Stel een vraag over de illustratie. Zo komen jullie in de voorleesstemming. Je kind wordt nieuwsgierig naar het boek

De eerste zin, daar win je veel mee. Lees die niet achteloos voor, want die eerste woorden zetten de toon. Hier gaat iets spannends verteld worden, iets machtig interessants. Iets wat we niet moeten missen. Ja, kruip nog maar wat dichter tegen me aan, want het is sen-sa-tioneel. Moet je horen…

Voorlezen aan peuters is iets anders dan voordragen. Voordragen, dat doe je op de bühne. Voorlezen doe je op de bank of in bed. Het is intiemer dan het theatrale voordragen. Je publiek zit naast je, je hoeft de achterste rij in de schouwburg niet te bereiken.

Herhaling. Herhaling. Herhaling. Kinderen vinden het prachtig dat ze weten wat er komt. Lees om die reden boeken gerust meer dan een keer.

Hoe jonger (en dus korter) het kind, des te korter de boeken die je voorleest.

Emoties laat je zien met je ogen. Boosheid, verdriet of plezier. Moeheid, verwarring of verbazing. Met je ogen geef je het verhaal non-verbale kracht. Daarom: gebruik ze. Je ogen kunnen wijd open staan of tot spleetjes worden samen­getrokken. Je kunt ze draaien of naar beneden slaan.

Vraag je kind of het zelf weleens zoiets heeft meegemaakt, gehoord of gezien. Stel open vragen, zodat je kind wordt aangemoedigd om te vertellen.

Een prachtig middel bij voorlezen: de mimiek van je gezicht. En wat dacht je van je stem? Er zijn zes ‘spreekvarianten’: luid, zacht, hoog, laag, snel en langzaam. Die zes maken het voorleesmoment.

Vanaf de peutertijd ontwikkelt de fantasie van je kind zich. Samen een verhaal bedenken stimuleert die fantasie. Je kunt beginnen met bedenken hoe het verhaal afloopt. Dus op de helft of twee derde van het boek vraag je: hoe loopt het af?

Klap niet na de laatste zin het boek met een knal dicht met “Zo, en nu naar bed.” Je haalt je kind dan in een keer op ruwe wijze uit het verhaal. Neem dus tijd voor het einde, zodat je kind zelf rustig uit het verhaal stapt.

Mocht je nog meer tips van ons en onze Twentenannies willen ontvangen, neem dan gerust contact met ons op!